Ga naar:

Krachtgericht CTI traject

PreCTI

Om voor de cliënt een soepele overgang te realiseren is een ‘warme’ overdracht essentieel. Voorafgaand aan het vertrek van de cliënt uit een voorziening, waarschijnlijk in de laatste vier weken, zullen er in het kader van de warme overdracht ongeveer twee à drie overleggen zijn tussen de cliënt, een medewerker in de voorziening en de CTI-werker. Ook in een ambulante setting heeft de CTI-werker gesprekken met sleutelfiguren om tot een goede aansluiting op de situatie te komen.

 

Structureringsfase

In de eerste fase heeft de CTI-werker intensief contact met de cliënt. De CTI-werker legt de basis voor de verdere begeleiding door:

- het opbouwen van een vertrouwensband met de cliënt;

- het bieden van praktische en emotionele steun;

- het onderzoeken van de mogelijkheden en wensen van de cliënt aan de hand van de Krachteninventarisatie;

- het inschatten van risico’s op tekortschietende zelfreguleringen terugval;

- het vaststellen van prioriteiten en de belangrijkste leefgebieden;

- overleg met betrokken sociale en professionele relaties onder meer in een netwerkoverleg

- het aanboren van relevante hulpbronnen.

Ook worden de doelen van de cliënt in een actieplan vastgelegd. 

 

Testfase

In de tweede fase ligt het accent op het testen, uitproberen en bijstellen van het professionele en sociale steunsysteem. Ook wordt actief gewerkt aan de probleemoplossende vaardigheden van de cliënt. Een signaleringsplan wordt opgesteld voor het geval zich crisissituaties voordoen.

 

Overdrachtsfase

In de derde fase draagt de CTI-werker de zorg over, neemt hij afscheid van de cliënt en wordt het contact afgesloten.

 

"Gedreven door kennis, bewogen door mensen"